zondag 17 oktober 2010

Rondje Bern

Het was een prachtige zondag. Zelfs ik kon de verleiding niet weerstaan om een stukje te gaan fietsen. Bestemming van vandaag was Geertruidenberg (verjaardag van mijn schoonzus). Ik had een route uitgestippeld waarbij ik zou beginnen met een lusje over de Utrechtse Heuvelrug. De totale route zou net boven de 100 kilometer uitkomen...

De afgelopen ritten werd mij al duidelijk dat mijn geest de ongelijke strijd tegen het vlees aan het verliezen is... Oh, ik zie mijn gemiddelde snelheid zo graag op het niveau dat ik nog nooit heb weten te bereiken. Maar nee hoor. Erger nog: de gemiddelde snelheid ligt iedere rit net weer een tikkie onder de vorige. Zijn dit nou de kwaaltjes die onlosmakelijk verbonden zijn aan het ouder worden?

Helaas laten de jaren alleen fysieke sporen na. Het zou al een hoop schelen als je ook verstandiger wordt, maar op één of andere manier blijf ik op de fiets altijd een heel onverstandig klein kind. Zo ook vandaag... Gisteravond had ik me bij mijn volle verstand voorgenomen om gewoon te genieten van een mooie fietstocht (en vooral de gemiddelde snelheid niet tonen op mijn Garmin). Op het moment dat ik op mijn fiets stapte werd het kind in mij weer wakker: eerst lekker tegen de wind in knallen, vervolgens helemaal losgaan op een paar heuveltjes om tenslotte met een keikapot lichaam voortgeduwd door een orkaan in de rug naar Geertruidenberg te vliegen. Het voornemen om binnen de kortste keren volledig gesloopt te zijn (om precies te zijn, nadat ik op het grote blad de top van de Amerongse Berg had bereikt) verliep volgens plan. Van de rest van mijn plan is helaas niet veel terecht gekomen. Op het stukje van Amerongen naar Wijk bij Duurstede haalde ik twee fietsers in. Zij bleven in mijn wiel zitten... en ja hoor, daar ging ik weer: bijschakelen en doorstampen. Ik zou ze in ieder geval hun best laten doen om bij mij uit de wind te kunnen rijden. Dat ik zo langzamerhand scheel keek van vermoeidheid deed er even niet toe.

Na Wijk bij Duurstede nam de wind (die inmiddels niet meer uit de geplande noordoostelijke richting kwam, maar vrijwel geheel uit het noorden) duidelijk af. Hoe in vredesnaam zou ik vandaag ooit nog in Geertruidenberg komen? Gelukkig is mijn fiets gewapend met twee navigatiesystemen. Bovendien had ik allemaal routekaartjes uitgeprint voor het geval dat de techniek mij in de steek zou laten. Nee, ik zou hoe dan ook via de kortste route mijn bestemming bereiken. Dat wil zeggen: als ik er niet voor gekozen zou hebben om alle hulpmiddelen te negeren en uitsluitend op mijn richtingsgevoel en de stand van de zon te beslissen hoe ik moest rijden... Om een lang verhaal kort te maken: na 126 en een halve kilometer kon ik eindelijk mijn schoonzus feliciteren.

Onderweg reed ik langs het plaatsje Bern. Ik wist dat ik een beetje aan het omrijden was... maar Bern?!?! Gelukkig heb ik de Alpentoppen kunnen ontwijken; alleen de talloze dijken die ik onderweg tegenkwam hebben mij hoogtemeters opgeleverd.

donderdag 9 september 2010

Afscheid van een held

Vandaag las ik het bericht dat Bas Mulder (24 jaar) vanmiddag om 14.35 uur is overleden. Een onwaarschijnlijk harde dreun. Met het overlijden van Bas zijn wij veel meer kwijtgeraakt dan een heel mooi mens; Bas is voor heel veel mensen de verpersoonlijking van de strijd tegen kanker. Hij heeft zich nooit neergelegd bij het onmogelijke. Het doet heel veel pijn om te moeten accepteren dat Bas zijn strijd niet heeft mogen winnen...

Bas, bedankt voor alles dat je ons hebt gegeven. En je zal ons ook na vandaag onverminderd inspireren. Blijf met ons meefietsen!

Ik wil Joanne, alle familieleden, vrienden en alle anderen die met Bas hebben meegestreden heel veel sterkte wensen.

Rouwkaart


Bas Mulder in "Familieberichten"

donderdag 22 juli 2010

Mont Ventoux (deel 3)

Donderdag, 22 juli

Beste Marco,

Vandaag ben ik met Koos Nieuwland (mijn chef op het Griftland) vanuit Malaucène naar de top van de Mont Ventoux gereden. Koos heeft gekozen om zijn persoonlijk record ieder jaar met enkele minuten te verbeteren. Het was dus bij aanvang al duidelijk wat onze eindtijd zou worden. Omdat Koos een beklimming van de Mont Ventoux op zich nog niet uitdagend genoeg vindt, had hij ervoor gekozen om met een extra zwaar verzet omhoog te rijden. Daarnaast had hij een soort van bagagedrager op zijn fiets gemonteerd waar een complete fietstas op was bevestigd. Dit weerhield Koos er niet van om ambitieus van start te gaan: het aanvangstempo lag vrij hoog. Gelukkig realiseerde Koos zich op tijd dat hij zijn PR niet te veel moest verbeteren, omdat het dan volgend jaar een hele klus zal worden om opnieuw een snellere tijd neer te zetten. Gaandeweg lieten wij het tempo dus iets terugzakken.

Onderweg bespraken we onder meer het idee om volgend jaar met een team van het Griftland College mee te doen met Alpe d'HuZes. Koos had heel enthousiast gereageerd op deze suggestie. Ook andere collega's stonden positief tegenover dit idee. Voordat we ons daadwerkelijk kunnen inschrijven, zullen er eerst nog flink wat operationele uitdagingen moeten worden opgelost. Gelukkig hebben we hier ook nog wel even tijd voor: de inschrijving voor Alpe d'HuZes 2011 zal pas in oktober van start gaan.

Zoals je weet is de beklimming vanuit Malaucène wat grillig. Stukken met een flink stijgingspercentage (ruim boven de 10%) en stukken vals plat wisselen elkaar af. Volgens mij zou dit een schitterende klimtijdrit opleveren.

Vlak boven de boomgrens mocht ik voor het eerst kennismaken met één van de verklaringen voor de naam van deze berg: winden die overal vandaan lijken te komen. Net als je verwacht dat je de wind vol in de snuit gaat krijgen, krijg je een duw van achteren. En kijk uit als je vlak langs de randjes rijdt; één stoot van opzij en je mag een stuk omhoog klauteren.

De top bereikten wij keurig volgens planning! We konden met een trotse glimlach aan de afdaling naar Bedoin beginnen. Ik wilde nog wel even stoppen bij het monument van Tom Simpson. Ik zou hier een Alpe d'HuZes bidon achterlaten als blijk van waardering voor de vele sportieve hoogtepunten van deze sportman en voor de les die wij van hem hebben geleerd. Ik vulde mijn bidon met wat steentjes om te voorkomen dat mijn bidon direct bij de eerste windvlaag een aantal kilometers verderop zou eindigen in een dorp waar alle bewoners dezelfde achternaam hebben en opmerkelijk veel uiterlijke overeenkomsten met elkaar vertonen. Op dat moment kwam een soort van bezemwagen langs (ik kon mij niet onttrekken aan de indruk dat de twee inzittenden van deze bezemwagen afkomstig waren uit het zojuist genoemde dorp). Zij reutelde driftig wat naar mij. Uiteraard spraken zij geen woord Engels. Ik was al blij met de complete zinnen die zij wisten te produceren (zou het gepast zijn geweest om hiervoor te applaudisseren?). Het bleek dat het helemaal niet de bedoeling is om hier een tastbaar eerbetoon achter te laten. Gewapend met vuilniszakken liepen zij naar het monument om alle attributen als afval af te voeren. Het is misschien maar goed dat zij waarschijnlijk nog nooit hebben gehoord van geocaching...

Zo lang als de beklimming duurt, zo snel is de afdaling achter de rug. Het passeren van het centrum van Bedoin leek langer te duren: de ambtelijke hotemetoten hadden besloten om in het hoogseizoen de zebra’s in de dorpsstraat over te spuiten. De verkeerschaos die hierdoor ontstond zou in Nederland voldoende zijn geweest om een notering te krijgen in de file top 10 aller tijden.

Onder het genot van een kop koffie blikten wij nog eens tevreden terug op een geslaagde tocht. Koos had zijn persoonlijk record aangescherpt, ik had mijn Mont Ventoux trilogie volbracht. Het was mooi geweest! Als toetje mocht ik op de terugweg nog een keer de col de la Madeleine opfietsen. Niet langer hoefde ik over te houden en daarom kon ik eens lekker tegen deze beklimming aan kletsen. Op het middenblad knalde ik er tegenaan, doorschakelen en versnellen... heerlijk!!! Handig gebruik makend van een knikje het wegdek gooide ik het tempo nog een flink stuk omhoog. Het laatste stukje vlak voor de top reed ik met het tempo dat Andy Schleck later vandaag nodig gehad zou hebben om Contador van zich af te schudden. En precies daar stond Nicole mij weer op te wachten samen met Stan. Mijn dag kon niet meer kapot!

Morgen rijden wij terug naar Nederland. Dan kan ik op zoek gaan naar wat de volgende uitdaging is die ik wil afvinken op mijn verlanglijstje:
- de Stelvio,
- de Cime de la Bonette,
- de Monte Zoncolan,
- de Alto de l'Angliru,
- de Marmotte,
- Luik Bastenaken Luik
Zeg het maar...

Vriendelijke groet,

Jacco

(deel 2: 20 juli)

dinsdag 20 juli 2010

Mont Ventoux (deel 2)

Dinsdag, 20 juli

Beste Marco,

Gisteren zou ik de beklimming vanuit Bedoin doen. Nicole vertelde mij dat ik mijn klimtijd aan jou moest doorgeven. Zij benadrukte wel dat ik het niet in mijn hoofd moest halen om een tijd neer te zetten die mogelijk onder jouw persoonlijk record zou liggen (carrière technisch gezien zou dit funest zijn). Zij maakte zich er zelfs zoveel zorgen over dat zij er in de nacht van zondag op maandag helemaal ziek van werd. Alles wat zij het afgelopen etmaal naar binnen had gewerkt kwam er gedurende de hele nacht volgens het 'Last In First Out' mechanisme weer uit. De plannen voor de maandag werden hierdoor volledig overhoop gegooid. De hele maandag heb ik haar ervan moeten overtuigen dat ik mij echt wel zou inhouden en dat ik desnoods een tijdje stil zou staan bij het monument van Tom Simpson. Deze belofte deed haar duidelijk goed; in de loop van vannacht was zij weer voldoende hersteld en vanochtend mocht ik (om 07:00 uur) op mijn fiets stappen.

De 20 kilometer vanuit Vaison la Romaine naar Bedoin stuurde mij over de col de la Madeleine. Gelukkig bleek het niet de Alpen col van de eerste categorie te zijn, maar een heuveltje waarvan de top al op zo’n 450 meter was bereikt. Net leuk om alvast een beetje warm te draaien. Even voor 8 uur bereikte ik Bedoin. Ik stopte bij het fonteintje. Cor Jansen (een ervaringsdeskundige ex HU collega) heeft mij geleerd dat je er verstandig aan doet om op warme dagen te beginnen met zoveel mogelijk te drinken voordat je van start gaat met een zware fietstocht. Nadat ik mij dus volledig had laten vollopen stapte ik als een klotsende watermassa op mijn fiets. Ik kon mij niet voorstellen dat dit goed was, maar ja... Cor heeft het gezegd...

De weg vanuit Bedoin begint als een rustige klim. Net tegen de tijd dat je in een soort van roes dreigt te raken door het kabbelende klimmetje bereik je het bos. Ik hoef jou natuurlijk niet te vertellen dat het dan over is met het rustige ritje: er moet gewerkt worden! Meteen schakelde ik terug naar mijn lichtste verzet. Er zijn fietsers die een paar tandjes over houden voor later (en daarom vanaf het begin af aan eigenlijk te zwaar rijden). Ik kies er voor om al vanaf het begin lekker licht te fietsen, waardoor ik zelf genoeg over hou om later helemaal geen behoefte te hebben aan een kleinere versnelling. Vrij snel vond ik mijn ritme. Het zal vast niet de bedoeling zijn geweest, maar ik had het uitstekend naar mijn zin. De Franse chansons die ik als muzikale begeleiding had uitgekozen tijdens deze tocht, de relatieve rust en de prachtige omgeving creëerde een surrealistische sfeer. Hier hoor je te zweten, te stumpen, te piepen en te kraken... Zoals die Belg die mij inhaalde. Dat zag er nog eens uit als een gevecht! Heftig hijgend, zwalkend over de weg van links naar rechts. Staand, zittend en toch weer staand om vervolgens meteen weer te gaan zitten. De vraag was niet of hij van zijn fiets zou vallen, de vraag was waar en wanneer dit zou gebeuren. Gelukkig reed er een auto gevuld met supporters met hem mee. Die zouden hem vast en zeker van de weg plukken als het echt niet meer verantwoord zou zijn. Mijn enige gevecht was het gevecht met de zwermen insecten met je mee vliegen. Hoe lang kan je het volhouden om het ongedierte van je af te slaan? Net op het moment dat ik de strijd tegen het ongedierte definitief leek te verliezen bracht de slingerende bosweg mij op de plek waar ik vier dagen eerder al was geweest: Chalet Reynard. Het insectenleed was hiermee vrijwel geheel verleden tijd! Door de verlossing van deze kwelling voelde de laatste zes kilometer als een ware opluchting. Ik naderde de zwoegende Belg die mij een paar kilometer eerder voorbij was gereden. Oefh, wat had hij het zwaar! Nog een wonder dat hij zo ver was gekomen. Taaie kerel hoor! Het is natuurlijk ook niet voor niets dat Caesar destijds de Belgen tot "dappersten aller Galliërs" had uitgeroepen. Niet gehinderd door enig gevoel van mededogen schakelde ik een tandje bij en reed erop en erover. Het laatste stukje leverde eigenlijk geen problemen meer op en voor de tweede keer bereikte ik de top van de Mont Ventoux.


"En laat ik het niet merken dat je een tijd hebt neergezet waar Marco niet gelukkig van wordt!". Ik heb er dus voor gekozen om weg te gaan op een schema waar jij van gaat glimlachen en om dit schema net niet te halen. Mijn eindtijd: 2 uur en 1 minuut. Ik zie met vertrouwen de salarisverhoging van Nicole tegemoet...

Vriendelijke groet,

Jacco

(deel 1: 16 juli, deel 3: 22 juli)

vrijdag 16 juli 2010

Mont Ventoux (deel 1)

Vrijdag, 16 juli

Beste Marco,

De beklimming vanuit Sault op zich viel reuze mee. Alleen de route naar de voet van de beklimming had ik ernstig onderschat. Ik ben onderweg geen vlak stukje weg tegen gekomen. Ik moest zelfs ook nog een echt heuveltje beklimmen (de Col de Fontaube). Na circa 60 kilometer bereikte ik eindelijk het plaatsje Sault.


De inleiding van de klim naar de Mont Ventoux leidde mij door uitgestrekte lavendel weiden. De geur die mij verwelkomde stond in schril contrast met de geur van angstzweet die ik mij had voorgesteld bij een heroïsche strijd tegen de elementen. Van een heroïsche strijd was echter nog helemaal geen sprake. Het leek alsof de berg heel goed begreep dat je bezoekers niet meteen met vele procenten om de oren moet slaan. Vriendelijk glooide de weg omhoog. Het eerste stuk van de klim heb ik samen met een alleraardigste Belg volbracht. Zonder dat we er erg in hadden tikten de hoogtemeters lekker door. Gezellig kletsend waren we opeens bij Chalet Reynard. Daar aangekomen spraken we af dat we in ons eigen tempo verder zouden rijden: vanaf hier zou het een stuk zwaarder worden.

Ik haalde een fietser in die vanuit Bedoin bij het maanlandschap was aangekomen. Het bleek een Alpe d'HuZesser te zijn (ik herkende dit aan de sticker op de auto van zijn vrouw die ons onderweg stond ons aan te moedigen). We babbelden even wat met elkaar (een gesprek tussen Alpe d'HuZessers over de slijtageslag op de 'Hollandse Berg' vertoont wel wat overeenkomsten met de verhalen tussen mannen over hun militaire diensttijd: met weemoed terugdenken aan een heftig avontuur). En opeens hadden we weer een heel stuk afgelegd.

Ik had nog wat energie over en ik trok het laatste stuk door naar de top.Bij het monument van Tom Simpson nam ik al rijdend mijn helm af als eerbetoon aan een topsporter die niet, zoals de huidige wielrenners, tegen zichzelf in bescherming was genomen. Toen ik mijn helm weer wilde opzetten bleek dat de bandjes die voor wat extra draagcomfort moeten zorgen waren losgeschoten van het klittenband in mijn helm. Wat bedoeld was als een waardig gebaar veranderde hierdoor na het passeren van het monument in een onhandig gestuntel. Na enkele vruchteloze pogingen om het geheel weer een beetje op z'n plaats te krijgen besloot ik dat het mij ook wel zou lukken om de laatste meters zonder helm af te leggen. Met mijn helm aan mijn stuur bereikte ik de top. Ik werd daar opgewacht door Nicole en Stan. Het was maar goed dat zij niet hadden gezien dat ik er al aankwam (hun voorstelling van mijn laatste meters zal hierdoor wellicht veel heldhaftiger zijn dan het geworstel met mijn wielerhelm). Hoe dan ook, ik had de top bereikt!

Conclusie: deze eerste kennismaking met de Mont Ventoux was reuze mee gevallen.

Vriendelijke groet,

Jacco

(deel 0: 15 juli, deel 2: 20 juli)