Het was een prachtige zondag. Zelfs ik kon de verleiding niet weerstaan om een stukje te gaan fietsen. Bestemming van vandaag was Geertruidenberg (verjaardag van mijn schoonzus). Ik had een route uitgestippeld waarbij ik zou beginnen met een lusje over de Utrechtse Heuvelrug. De totale route zou net boven de 100 kilometer uitkomen...De afgelopen ritten werd mij al duidelijk dat mijn geest de ongelijke strijd tegen het vlees aan het verliezen is... Oh, ik zie mijn gemiddelde snelheid zo graag op het niveau dat ik nog nooit heb weten te bereiken. Maar nee hoor. Erger nog: de gemiddelde snelheid ligt iedere rit net weer een tikkie onder de vorige. Zijn dit nou de kwaaltjes die onlosmakelijk verbonden zijn aan het ouder worden?
Helaas laten de jaren alleen fysieke sporen na. Het zou al een hoop schelen als je ook verstandiger wordt, maar op één of andere manier blijf ik op de fiets altijd een heel onverstandig klein kind. Zo ook vandaag... Gisteravond had ik me bij mijn volle verstand voorgenomen om gewoon te genieten van een mooie fietstocht (en vooral de gemiddelde snelheid niet tonen op mijn Garmin). Op het moment dat ik op mijn fiets stapte werd het kind in mij weer wakker: eerst lekker tegen de wind in knallen, vervolgens helemaal losgaan op een paar heuveltjes om tenslotte met een keikapot lichaam voortgeduwd door een orkaan in de rug naar Geertruidenberg te vliegen. Het voornemen om binnen de kortste keren volledig gesloopt te zijn (om precies te zijn, nadat ik op het grote blad de top van de Amerongse Berg had bereikt) verliep volgens plan. Van de rest van mijn plan is helaas niet veel terecht gekomen. Op het stukje van Amerongen naar Wijk bij Duurstede haalde ik twee fietsers in. Zij bleven in mijn wiel zitten... en ja hoor, daar ging ik weer: bijschakelen en doorstampen. Ik zou ze in ieder geval hun best laten doen om bij mij uit de wind te kunnen rijden. Dat ik zo langzamerhand scheel keek van vermoeidheid deed er even niet toe.
Na Wijk bij Duurstede nam de wind (die inmiddels niet meer uit de geplande noordoostelijke richting kwam, maar vrijwel geheel uit het noorden) duidelijk af. Hoe in vredesnaam zou ik vandaag ooit nog in Geertruidenberg komen? Gelukkig is mijn fiets gewapend met twee navigatiesystemen. Bovendien had ik allemaal routekaartjes uitgeprint voor het geval dat de techniek mij in de steek zou laten. Nee, ik zou hoe dan ook via de kortste route mijn bestemming bereiken. Dat wil zeggen: als ik er niet voor gekozen zou hebben om alle hulpmiddelen te negeren en uitsluitend op mijn richtingsgevoel en de stand van de zon te beslissen hoe ik moest rijden... Om een lang verhaal kort te maken: na 126 en een halve kilometer kon ik eindelijk mijn schoonzus feliciteren.
Onderweg reed ik langs het plaatsje Bern. Ik wist dat ik een beetje aan het omrijden was... maar Bern?!?! Gelukkig heb ik de Alpentoppen kunnen ontwijken; alleen de talloze dijken die ik onderweg tegenkwam hebben mij hoogtemeters opgeleverd.


De inleiding van de klim naar de Mont Ventoux leidde mij door uitgestrekte lavendel weiden. De geur die mij verwelkomde stond in schril contrast met de geur van angstzweet die ik mij had voorgesteld bij een heroïsche strijd tegen de elementen. Van een heroïsche strijd was echter nog helemaal geen sprake. Het leek alsof de berg heel goed begreep dat je bezoekers niet meteen met vele procenten om de oren moet slaan. Vriendelijk glooide de weg omhoog. Het eerste stuk van de klim heb ik samen met een alleraardigste Belg volbracht. Zonder dat we er erg in hadden tikten de hoogtemeters lekker door. Gezellig kletsend waren we opeens bij Chalet Reynard. Daar aangekomen spraken we af dat we in ons eigen tempo verder zouden rijden: vanaf hier zou het een stuk zwaarder worden.
