Na het fietsweekendje vorige week in zuid Limburg / Voerstreek had ik de smaak goed te pakken. Dit weekend mocht ik met Ferry, Roel en Gerben ('Mat') mee voor een tochtje door de Waalse Ardennen.Onderweg naar Izier (uitvalsbasis voor ons rondje fietsen) reed ik nog even langs Chaudfontaine. Hier ligt een heuveltje dat mijn nieuwsgierigheid al een tijdje prikkelt: de Voie des Chars. Afgezien van het stijgingspercentage (woah!) is het een fietsbaar weggetje. Ik ga deze zeker een keer in een route opnemen.
Vrijdagavond hebben we ons op gepaste wijze voorbereid. Bordspellen op tafel (dit keer Le Havre en Railroad Tycoon Europe). Na de nodige biertjes en wodka/jus gingen we volgens mij om een uur of half 4 naar bed.
Na een snel ontbijt en een paar koppen koffie zaten we om half 11 op de fiets. Ferry had de route uitgestippeld. Vanuit Izier reden we richting Remouchamps. De route ging door een glooiend en soms zelfs heuvelachtig terrein. Geen beklimmingen van grote naam, maar toch waren er stukjes bij waar de weg behoorlijk opliep. In Remouchamps lag la Redoute op ons te wachten. Voor mij was dit de eerste keer dat ik deze scherprechter uit Luik-Bastenaken-Luik opreed. Het begin van deze klim is nog mild, maar vanaf het moment dat de Rue Redouté wegdraait van de N662 begint het serieuze werk. Mijn lichaam had een nieuwe maximale hartslag nodig om de top te bereiken.
Op de steilste stukken zaten fotografen. Ik kon het niet nalaten om even een glimlach aan te trekken en om mijn shirtje dicht te ritsen. Helaas is het mij niet echt gelukt om hiermee te camoufleren hoeveel moeite het mij kostte om boven te komen. Boven stonden gelukkig geen fotografen; ik kon ongegeneerd met mijn tong tussen de spaken uithijgen.Na de Redoute ging de route verder richting Spa. Hierbij moesten wij nog wel even over de Hautregard om vervolgens door te knikken naar de Col du Maquisard. Daarna was het alleen een lange fraaie afdaling naar de lunch.
Direct na de lunch reden we de Rosier op (gelukkig niet zo'n steile helling; na de lunch heb ik altijd weer even nodig om op gang te komen). De top van de Rosier betekende dat we het dak van ons rondje hadden bereikt (ca. 560 meter). We mochten vervolgens genieten van een afdaling van een paar kilometer en een stuk vlak voordat we in Trois Pont aankwamen. In Trois Pont moesten we weer stevig aan de bak: de Rue des Hézalles. Ik kende deze heuvel al vrij aardig; een jaar geleden was ik hier voor het eerst tegenop gereden (verslag "Ardennen offensief"). Bij de Mont de Fosse sloegen wij rechtsaf, om vervolgens de kortste weg terug te rijden. Op de terugweg moesten we nog wel over twee hobbels heen: de Côte de Haute Bodeux en de helling vanuit Neufmoulin naar Werbomont (wat is de naam van deze helling?).Vlak voor Ferrières werden wij nog van de weg gehaald door de Waalse politie. Voordat ik ook maar iets kon zeggen kregen wij een lawine aan Franstalige narigheid over ons heen. Ik probeerde de beste man nog te vertellen dat ik geen Frans spreek, maar daar maak je in Wallonië niet echt vrienden mee... De agent vond overigens dat het er helemaal niet toe deed dat ik geen Frans sprak; de toon waarop hij mij de les las zou voldoende moeten zijn. Toen hij uitgeraast was mochten wij doorrijden. Ik denk dat hij ons graag wilde vertellen dat zijn auto kapot was. Volgens mij zei hij namelijk dat hij achter ons reed en dat hij twee keer op zijn claxon had gedrukt. Hij vond het heel jammer dat wij hier niet op hadden gereageerd. Ik zou het ook heel vervelend vinden als mijn claxon defect is...